Voor het eerst sinds de invoering van de euro was ik in een ziekenhuis. Met verbazing keek ik om me heen en zag de verpleegsters op fel oranje croccs vrolijk huppelen door de gangen van het ultramoderne gebouw. Toen ik op de zaal bij het bed neerstreek zag ik dat het bed electrisch te verstellen was door middel van een knop of vijfentwintig. In de hoogste stand kon je al liggend vanaf het bed de tl-verlichting vervangen. Aan een soort draagarm zag ik een plat scherm met internet en televisie.
Als ik net naast het bed ga zitten komt er een vrouw binnen wandelen met in haar linkerhand een smart-phone en in haar rechterhand een verlanglijst voor het avond-eten. Op het schempje van haar haateecee diesaaier ziet Els dat patient nummer 3 een handje vol met roze pillen moet hebben en evenlater gaat ze via het touchscreen over naar patient nummer 5. ‘U kunt kiezen uit volkoren, krenten, bruin of wit. Ze loopt het lijstje af en gaat via de leverworst en de pindakaas via de vla direct naar de kippensoep.
Van het schermpje van haar smartphone leest Els de laatste oordelen van dokter Krebenstetter luidkeels door. Patient 3 mag naar huis maar niet vliegen omdat hij longembolie had . Naast hem zit een vrouw die niet uit haar woorden komt. Els roept dat het vrijwel zeker een lichte Tia is geweest maar dat onderzoek nog moet uitwijzen of haar spraak weer terug zal komen. De vrouw mompelt wat onverstaanbaars terug. In de hoek van de kamer zit Karel met een blauw-wit geruit hemd aan het bed van een zwaar hoestende baarddragende man met bril. Achterop het hemd van Karel staat met grote witte letters stervensbegeleider en er onder de naam van de sponsor Dela.
Als patient nummer 3 voor de vierde keer in een uur tijd meegenomen wordt voor een scan door weer een andere arts zie ik door dezelfde deur een kar met verse zalm en paling binnenrijden. Achter de kar loopt een vrouw met een Ipad. Hardop leest ze de namen op van de mensen die een pistoletje verse zalm besteld hebben. Niemand reageert op de namen , razendsnel gaat de dame dan over het scherm en roept een aantal andere namen . In de hoek zie ik iemand reageren en het broodje wordt voor hem neergezet op zijn nachtkastje. Dan word ik verzocht om de zaal te verlaten omdat het bezoekuur voorbij is.
In de lift bedenk ik me dat het niet gek is dat de zorg niet meer te betalen is.